61ste EOQ Congress in Bled, Slovenië

Het 61ste EOQ Congress in Bled, Slovenië was een van de betere van de laatste jaren. Het hoofdthema – “kwaliteit als drijvende kracht voor succes in het digitale tijdperk” – spreekt uiteraard wel aan. Toch was niet iedereen er zo zeker van dat kwaliteitsmanagement echt die voortrekkersrol speelt.
De keynote van Joseph A. Defeo, CEO van de Juran Institute, kon mij precies daarom erg bekoren. Hij durfde de vinger op een aantal kwaliteitswonden leggen, als daar zijn: te weinig aandacht en impact voor ontwerpprocessen, te complexe procedures en technieken en een toenemend gebrek aan impact van kwaliteit op het strategische niveau van de organisatie. Een niet mis te verstane reality check voor de soms wat zelfgenoegzame kwaliteitswereld.

Tijdens de parallelle sessies heb ik een aantal goede voordrachten gehoord, maar twee dingen zijn me bijgebleven. In een sessie rond kleine en middelgrote bedrijven was de discussie na de voordracht van Luis Fonseca interessant. De vraag werd gesteld of er geen nood is aan een ISO 9001 light voor kleine organisaties en zowel spreker als session manager (Richard Keegan) als ISO TC 176 chair Nigel Croft, vonden van niet. Maar één uitspraak tijdens die discussie was veelzeggend. Richard Keegan merkte op dat het belangrijk is dat diegenen die de norm “vertalen” voor een KMO goed moeten zijn. Daar heb ik het dan weer moeilijk mee: een boek verkopen voor 150 € en erbij zeggen dat je een vertaler nodig hebt om het te begrijpen, is geen kwaliteit. ISO TC 176 kan daar dus beter maar eens werk van maken.

Het tweede opvallend punt was het veelvuldig gebruik van het woord “snelheid”. De nieuwe digitale wereld lijkt er een te worden van voortdurende versnelling. Heel veel sprekers wezen erop hoe belangrijk het zal zijn dat werknemers in de toekomst voortdurend flexibeler worden en steeds sneller veranderingen moeten oppikken, van internet 2.0 naar industrie 4.0. Een deelnemer wees er op dat de analoge mens nog altijd maar 1.0 is. Misschien moeten we ons toch de vraag stellen of we onszelf niet dreigen voorbij te lopen en of het toenemend aantal burn-outs geen teken aan de wand is.

Tenslotte nog een punt van kritiek: door het zeer groot aantal sprekers, die daardoor elk maar een heel beperkte tijd ter beschikking hebben, wordt het aantal deelnemers artificieel opgekrikt en dit gaat ten koste van de diepgang van de voordrachten.