Het ABC van Kwaliteit: de letter Q

Q is een speciale letter, zeker in het Nederlands. Zeldzaam in gebruik en zowel geliefd als gehaat door scrabble spelers. Voor deze column zou ik natuurlijk Quality als onderwerp kunnen gebruiken maar dat is veel te evident en veel te Engels. Daarom dit keer een oude liefde van me: het Latijn. Op hier en daar een burgemeester na, spreekt niemand dat nog. Jammer, want ik heb zeer goede herinneringen aan de lessen Latijn in het middelbaar onderwijs. Sommige zinnen uit de Aeneis van Vergilius ken ik nog altijd van buiten en – mooi meegenomen voor deze column – de Q is een populaire letter in het Latijn.
“Quo Vadis?” betekent letterlijk “waarheen gaat gij?”. De zin wordt gekoppeld aan een legende waarin de apostel Petrus deze vraag stelde aan Jezus ten tijde van de opkomst van het Christendom in Rome en de vervolging van de christenen door keizer Nero. Maar ze is vooral bekend geworden als titel van de meesterlijke historische roman van Henryk Sienkiewicz over liefde in tijden van vervolging. Zelf heb ik “Quo Vadis?” altijd gezien als “waarheen gaat het?”, waarbij “het” dan staat voor “met ons” of “met de samenleving” of nog ruimer “met de planeet”. Het impliciete antwoord is dan: “de verkeerde kant uit”. Een lichte vorm van doemdenken zeg maar, een alternatief voor die andere bekende Latijnse uitdrukking “O tempora, o mores”. Of zoals de koning het in zijn kerstboodschap zou zeggen: “ Waarde landgenoten, ’t is allemaal naar de kl…”.
Elke morgen ontwaak ik met het ochtendnieuws en opbeurend is dat zelden: aanslagen in Manchester, London, London, Brussel, bosbrand in Portugal, woningbrand in London, hongersnood in Soedan, smeltende ijskappen op Groenland en ga zo maar door. Blij word je daar niet van en soms zou een mens liever niet gewekt worden. Je gaat denken dat Wannes Capelle en het Zesde Metaal het fout hebben en dat het wel degelijk allemaal naar de wuppe is. Maar klopt dat doemdenken ook?
Neem nu die planeet. Als het over klimaatverandering en duurzaamheid gaat dan hoor je regelmatig dat wij mensen de planeet moeten redden voor ze vergaat. Wat een grenzeloze arrogantie hebben wij toch. De planeet was hier lang voor ons en ze zal er nog lang na ons zijn. Dat de planeet ons zou nodig hebben voor haar overleven is te zot voor woorden. Het omgekeerde is echter een waarheid als een koe: wij zijn volledig afhankelijk van de toestand van de aarde. Duurzaamheid hebben we broodnodig en aan het klimaat moeten we dringend iets doen, maar dan wel uit eigenbelang of eigenlijk uit soortbelang. We kunnen dus maar beter aan de slag gaan voor het voor ons echt naar de wuppe is.
En met die samenleving valt het ook nog beter mee dan je op het eerste zicht zou denken. Omdat je vrouw vrijwilliger is bij Oxfam, ga je naar “Feest In Het Park” in Brugge en je ziet een massa mensen en heel veel bekende organisaties zoals Oxfam en Amnesty International en Unicef. Maar ook organisaties die zich inzetten voor een school in Liberia of een dorp in Tahiti of een ziekenhuis in Oeganda vanuit een vorm van betrokkenheid met anderen die in geen woorden te vatten valt. Allemaal mensen die groots zijn in iets kleins. Ik schreef bijna “goede mensen” maar dat mag je tegenwoordig niet meer zeggen. Dat is een scheldwoord geworden want volgens sommigen zijn goede mensen verantwoordelijk voor al wat fout loopt in de wereld, van verdrinkende vluchtelingen in de Middellandse zee tot terrorisme in onze straten.
Ik geloof daar niets van. Het zullen deze mensen zijn die de toekomst van de maatschappij gaan veiligstellen, die de boel gaan samenhouden. Mensen die via hun engagement en hun positieve verhalen ons de hoop en de inspiratie zullen geven om de maatschappij blijvend beter te maken.
Kwaliteit is ook een discipline die snel kan leiden tot doemdenken. Je kunt kwaliteit nog het best vergelijken met de berichtgeving over de luchtvaart: elk neergestort vliegtuig is nieuws, aan alle probleemloos verlopen vluchten wordt geen aandacht besteed. We vinden het normaal dat alles goed is en brengen daar geen waardering meer voor op maar de minste fout wordt uitvergroot en iedereen weet ervan. Dat kan toch onze enige bijdrage aan de organisatie niet zijn: het wijzen van mensen op hun fouten?
Terwijl er zoveel positieve verhalen te vertellen zijn over wat we met z’n allen al goed gedaan hebben. Wat we allemaal al niet bereikt hebben en hoe we alleen al op basis daarvan met vertrouwen naar de toekomst mogen kijken. Kijk eens rond in uw organisatie: hoeveel is er niet om trots op te zijn? Zie het als uw de verdomde plicht als kwaliteitsprofessional om die trots te ondersteunen en op die manier mee te werken aan een positieve toekomst voor uw organisatie.