Het ABC van Kwaliteit: de Letter R

Columns zijn een erg populair literair genre. Het wemelt ervan in kranten en tijdschriften. “Zo moeilijk kan dat dan niet zijn” hoor ik u al denken beste lezer, maar sta me toe u daar toch even in te corrigeren. Deze column bijvoorbeeld moet over kwaliteit gaan (of er toch van ver iets mee te maken hebben), behandelt best een actueel thema en dat thema moet dan nog beginnen met de juiste letter. In een onbewaakt moment heb ik namelijk het onzalige idee gehad om deze reeks “Het ABC van kwaliteit” te noemen. We zijn nu bij de letter R beland en de actualiteit werkt niet echt mee. De stallen van legkippen had men kunnen behandelen met een middel dat begint met een R. Maar nee: Fipronil! Wie verzint dat soort namen? Of neem de Amerikaanse president, die had toch net zo goed Rump of Rund kunnen heten in plaats van Trump?

Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Ruimte, of beter het gebrek aan ruimte is namelijk een van de oorzaken van de huidige eierencrisis. Kippen die zo dicht bijeen zitten, wisselen nu eenmaal vlot ziektes en parasieten allerhande uit en voor je het weet is heel de stal besmet. Dat geldt niet alleen voor kippen trouwens: hoe intiemer het contact, hoe makkelijker de overdracht. Vandaar dat het enige dier dat op elk ogenblik van geslacht kan veranderen de schaamluis is. Wat ons weer bij ons onderwerp brengt, want het verboden product Fipronil werd gebruikt om een oude en hardnekkige plaag in de pluimveeteelt te bestrijden: de bloedluis.

Dat Fipronil werd gevonden, wordt als een succes van de autocontrole beschouwd. Het is de basis van ons hele voedselveiligheidssysteem en in dit geval was het ook een privébedrijf dat de eerste besmetting heeft vastgesteld. Het detectiesysteem heeft dus gewerkt maar wij, kwaliteitsprofessionals, zijn natuurlijk meer geïnteresseerd in preventie. Overal lees ik dat er al jaren gezocht wordt naar een effectief middel tegen bloedluizen. En plots zijn daar twee vlotte Nederlandse jongens die beweren het ei (sic) van Columbus te hebben gevonden. Ze bieden hun product aan bij bedrijven van bestrijdingsmiddelen. Op de vraag wat het product bevat, is het antwoord: “bedrijfsgeheim”. Persoonlijk zou ik dat niet helemaal vertrouwen en misschien zelfs een onafhankelijke analyse laten uitvoeren, maar dat komt omdat ik een slechte, wantrouwige mens ben. Het is normaal dat die bedrijven zich daar geen vragen bij gesteld hebben, het gaat tenslotte om de agro-industrie en het idee alleen al dat men daar producten zou durven gebruiken die niet helemaal koosjer zijn, is uiteraard totaal onvoorstelbaar. Alsof die leuke Hollanders iets zouden verkopen dat niet aan alle normen voldoet.

Ook opvallend trouwens: de verwarring over die normen en de manier waarop met normen wordt omgegaan. Voor wat de normen zelf betreft, heb ik een concreet voorstel: het VCK nodigt een specialist uit op het congres van 28 november e.k. over meten (allen daarheen!), om eens klaar en duidelijk uit te leggen wat er in de Europese normen staat en wat dat betekent. Hoe het FAVV bijvoorbeeld een veilige absolute hoeveelheid voor iemand van 80 kg (0,72 mg) een andere eenheid toekent (mg/kg eieren) en meteen de veilige concentratie voor iedereen heeft bepaald. Ik snap dat niet maar dat zal aan mij liggen: slecht én dom.

En oud ook want ik kom nog uit de tijd dat een norm iets betekende en dat elke afwijking een probleem was. In de voedingsindustrie van vandaag ligt dat blijkbaar helemaal anders. Zodra het probleem aan het licht kwam, vielen de voedingsdeskundigen over elkaar om te zeggen dat de norm veel te laag was. Het product is verboden maar er zou er toch meer moeten mogen inzitten. Een op zijn zachtst gezegd merkwaardige visie op productkwaliteit. Een professor in de levensmiddelentechnologie gaf zelfs aan dat we met de moderne analysetechnieken “altijd wel iets” vinden. Ik neem aan dat hij met “iets” een overschrijding van een norm bedoelt want anders is het niets natuurlijk. Als we de professor dus mogen geloven zijn er voortdurend afwijkingen van normen bij productcontrole in de voedingsindustrie. Ergens ga ik dan toch weer twijfelen aan die zelfcontrole.

Maar uiteraard zullen alle betrokkenen in de controleketen (de voedingsindustrie, het FAVV, de ISO 9000, ISO 22000 en BRC certificatiebureaus ) de professor in de strengste bewoordingen terechtwijzen. Ze zullen duidelijk maken dat een productnorm wel degelijk een norm is en dat die wordt nageleefd en dat er maar heel uitzonderlijk – en dan nog minimaal – van wordt afgeweken. Raar dat ze dat nog niet gedaan hebben.

In afwachting kunnen we een mooi staaltje van Europese samenwerking bewonderen: Duitsland verwijt België dat Nederland verwijt. Een opstapje naar de volgende column want voor de letter S heb ik al een onderwerp: Stijl. Of beter, net zoals die ruimte: het gebrek aan stijl. Kan dat Rund uit de eerste paragraaf toch nog aan bod komen.