Het ABC van Kwaliteit: de letter X

De eerste keer dat ik de lettercombinatie XXL zag, was ongeveer dertig jaar geleden in de Verenigde Staten. Recent moest ik daar terug aan denken toen Joël De Ceulaer een artikel in De Morgen schreef met als titel: “Ik! Vind! Geen! Broek! Meer! In! Mijn! Maat!”. Het leek wel een tweet van Donald Trump met al die uitroeptekens. Zijn klacht was duidelijk: de kledingsector maakt broeken die te nauw zijn voor mijn buik. De beschuldigde broek had fijntjes kunnen opmerken dat het echte probleem bij de buik ligt, er zijn immers altijd twee kanten aan een verhaal. Tijdens een opleiding interne auditor klaagde een van de deelnemers erover dat externe auditoren maar blijven vragen stellen en dat daardoor de audits veel te lang duren. Het laconiek antwoord van een andere deelnemer was briljant in haar eenvoud: “je antwoorden zijn te lang”.

In de vermelde column werd op een bepaald moment gewag gemaakt van “de terreur van de mageren” en daar zou ik het over willen hebben: XXL in ons woordgebruik. Een column moet het al eens hebben van de overdrijving (terreur?), maar het valt me steeds meer op dat de grote woorden te pas en vooral te onpas worden bovengehaald.

De hoofdvogel in dat verband werd onlangs afgeschoten door de CEO van Euronext Brussel. Hij noemde de effectentaks “traumatisch”. Ter herinnering: het gaat hier om een taks van 0,15 % op effectenrekeningen waar meer dan 500 000 € per persoon op staat. Geheel terzijde: uiteraard heb ik mijn miljoenen al belastingvriendelijk herverdeeld; u toch ook neem ik aan? Maar wat ik mij dan afvraag: als een belasting traumatisch is, welk woord hebben we dan voor het verliezen van een kind of voor het te horen krijgen dat je ongeneeslijk ziek bent? Spijtig? Jammer, maar helaas?

Een heel populair woord is de heksenjacht. En daar doet zich iets merkwaardigs bij voor: de meeste heksen zijn van geslacht veranderd! Zonder succes overigens, want ook nadat ze man zijn geworden kunnen ze blijkbaar niet ontsnappen aan een heksenjacht. Bart De Pauw was het typevoorbeeld en onlangs kwam een onbekende topacteur (iedereen is tegenwoordig top, er bestaan geen gewone mensen meer) in alle media klagen dat nu ook al dronken chauffeurs het slachtoffer zijn van een heksenjacht. Ongetwijfeld voelen mensen met meer dan 500 000 € op hun effectenrekening zich evenzeer gepakt. In wat voor een grenzeloos onrechtvaardige maatschappij leven wij toch.

Maar, beste slachtoffers, maak u vooral niet te ongerust. De echte heksenjacht, die op echte vrouwen dus, ging gepaard met gruwelijke folteringen en executies, de ene al wat wreder dan de andere: verdrinking, verbranding, ophanging, verbrijzeling onder zware stenen. Zoals wij uit de innovatie weten: de menselijke verbeelding kent geen grenzen. In vergelijking daarmee valt het voor onze hedendaagse mannelijke heksen best wel mee. Er is duidelijk nog veel werk aan de winkel voor er echte gender equality zal zijn.

Soms wordt een uitdrukking gebruikt die niet overdreven is maar net zo goed de bal misslaat. Na het zoveelste schandaal in de vleessector was de boerenbond kwaad en werd duidelijk gesteld dat “de rotte appels” eruit moesten. Dat is me net iets te snel en vooral iets te gemakkelijk geformuleerd. Als het binnen een proces zo vaak fout loopt dan zal een veel fundamentelere analyse nodig zijn. Men heeft er de voorbije jaren al zoveel rotte appels uitgehaald, dat het een stuk efficiënter was geweest om meteen de hele mand weg te gooien. En opnieuw te beginnen maar dit keer met een kwalitatiever systeem dat niet 100% afhangt van controle. Systemen durven in vraag stellen, vergt heel veel moed van alle betrokken partijen. Die is er niet en dus zal er weinig of niets ten gronde veranderen. Een gebrek aan systeemdenken is trouwens een belangrijke tekortkoming, zowel in bedrijven als in onze maatschappij als geheel.

Als consument is het niet gemakkelijk om te weten hoe hier mee om te gaan. In diverse media stonden gesprekken met werknemers en ex-werknemers van het betrokken bedrijf. Twee citaten: “als het vlees slecht of rot was, moesten we het omdraaien” en “het vlees zag eruit als een groene, stinkende koeienstront”. Gezond klinkt dat niet en smakelijk al evenmin. Je zou je voor minder zorgen maken, maar zowel minister De Block als een specialiste voedselveiligheid van de UGent verzekerden ons stellig dat het vlees geen enkel risico voor de volksgezondheid inhield. Een hele geruststelling.

Over smaak werd niet gesproken, maar over smaak valt uiteraard niet te spreken, dat moet ieder voor zich uitmaken. Koeienstront met rotte appel zou best lekker kunnen zijn.