Kwaliteit van A tot Z: de Letter Z

Louis Paul Boon, een van mijn favoriete schrijvers, eindigt zijn beroemde boek “Mijn Kleine Oorlog” met de zin: “Schop de mensen tot ze een geweten krijgen”. Of tenminste: eindigde zijn boek zo, want in een volgende uitgave werd er fatalistisch aan toegevoegd: “Wat heeft het alles voor zin?”. Een existentiële vraag die ook vandaag heel relevant blijft want iedereen is blijkbaar op zoek naar zingeving. Ik zag net nog een artikel passeren op LinkedIn waarin gesteld werd dat het belangrijkste criterium voor werknemers om hun job te beoordelen de mate is waarin hun bijdrage een verschil kan maken in de organisatie. Werk dat zin heeft, geeft zin aan de medewerker om het te blijven doen. Een interessante gedachte in tijden van krapte op de arbeidsmarkt.

Ik vermoed dat dit zoeken naar zin een typische menselijke eigenschap is, ontstaan uit onze overmaat aan hersenen die zich met iets moeten bezighouden. Ik denk niet dat de koe, hangend aan de melkmachine, zich afvraagt of en in welke mate haar bijdrage zin heeft. Als ze dat al zou doen, zou het helemaal ten onrechte zijn want haar melk levert een belangrijke positieve bijdrage. Allicht volstaat het voor haar om gewoon koe te zijn. Misschien moeten we daar een voorbeeld aan nemen: gewoon mens zijn, is ook al een hele opgave. Maar blijkbaar voelen wij de nood om meer te doen dan alleen maar te zijn. Niet langer de zin inzien van wat je doet, kan dan zwaar zijn om te dragen. Allicht een van de vele factoren die bijdragen tot burn-out.

Onze existentiële vraag is natuurlijk of kwaliteit zin biedt? Draagt de kwaliteitsdienst positief bij aan de organisatie en bij uitbreiding aan de wereld waarin we leven? Het simpele antwoord is: uiteraard. Onder druk van de kwantiteit gedwongen worden om iets maar half goed te doen, veroorzaakt stress en maakt mensen ongelukkig. In de kwaliteit van het werk vindt men de trots die nodig is om verder te gaan. Samen met anderen proberen beter te doen, is dus een zeer nobele taak. Ons werk, beste kwaliteitsprofessional, is nog nooit zo belangrijk geweest als nu. En het kan nog zinvoller: als we eenmaal doorhebben dat beter niet noodzakelijk meer hoeft te zijn, dan zal kwaliteit de drijvende kracht worden voor een betere maatschappij.

Ik geloof daar ten volle in maar heel af en toe slaat de twijfel toe. Onlangs was er een reportage over de wedstrijd “De beste leraar Nederlands in Nederland en Vlaanderen” die blijkbaar al enkele jaren wordt georganiseerd door de Nederlandse radiozender NPO. Of dit soort wedstrijden zin hebben, is een open vraag maar als ze dan toch georganiseerd worden, hebben we natuurlijk liefst dat een Vlaamse leraar wint. We zoeken niet alleen zin, we zijn ook behoorlijk competitief. In de reportage werd de enige Vlaamse genomineerde, Anki Nauwelaerts, voorgesteld. We hoorden een stukje uit een les, waarin ze een leerling corrigeerde. Ze maakte duidelijk dat op “het jongentje”, “dat” moet volgen en dus niet “die” want het is “het” jongentje (onzijdig enkelvoud). Anki deed dat geweldig – ze had de wedstrijd moeten winnen – maar dat zijn de momenten waarop ik Boontje gelijk moet geven: wat heeft het alles voor zin?

Binnen het halfuur na de reportage hoorde je zo ongeveer iedereen die maar aan het woord kwam op de radio deze elementaire taalregel veelvuldig en enthousiast verkrachten. De leerling in kwestie die zo hard zijn best doet om correct te leren spreken, komt in een wereld terecht waar niemand zich daar nog zorgen om maakt. Waar de totale verloedering van de taal norm is geworden en men op den duur raar opkijkt als iemand correct praat. Anki als hopeloos roepende in de woestijn in een poging haar leerlingen op het rechte taalpad te houden. Ik kan me voorstellen dat kwaliteitsprofessionals zich af en toe ook zo voelen, een beetje eenzaam en verlaten, predikend over het belang van kwaliteit in een wereld die door kwantiteit gedomineerd wordt. Maar niet versagen beste lezer, op de lange termijn wint kwaliteit altijd.

Rest natuurlijk nog de vraag of het schrijven van columns over kwaliteit zin heeft. Allicht niet, maar dat geeft in deze niet echt. Ik vond het fijn om ze te schrijven en als er hier en daar iemand het leuk vond om ze te lezen dan is de doelstelling al ruim bereikt. Het moet niet allemaal extreem ambitieus zijn en gekoppeld aan stretch targets. Kleine en volstrekt zinloze bezigheden kunnen ook bijdragen tot een aangenamer leven.